zondag 15 februari 2026

Het epithalamium van James Joyce

Mijn moeder was eenvoudig, en dat kon mijn vader wel waarderen. Ze kwam van een boerderij, maar had verschillende talenten en het leven speelde haar in handen van mijn vader, die haar meenam naar de stad. Een niet te onderschatten rol die ik in deze blogserie al vaker heb aangestipt speelt de godsdienst. De boerderij van mijn moeder vormde een tweeëenheid met het franciscaanse novicenklooster. Iets van hun spiritualiteit kwam over de muur waaien en zo was het niet helemaal toevallig dat mijn moeder mijn vader ontmoette in Lourdes.

Vrouwen vormen de meerderheid als je een kerk binnenloopt. Ooit, toen ik theologie studeerde, was ik op vakantie in de Ardèche en bezocht ik de dorpskerk. Veel vrouwen, uitgezonderd de pastoor. Hij verrichtte de sacrale handelingen die bij zijn wijding hoorden, de rest werd door de vrouwen uitgevoerd. Misschien vormen die vrouwen ook de - nauwelijks - geheime kracht achter de oude Griekse godsdienst. Denk aan de maenaden, en de mysteriën van Eleusis, die gewijd waren aan de mythe van Demeter en Persefone.

Ik lees nu de beroemde biografie van schrijver James Joyce (1882-1941) door Richard Ellmann, en het valt me op hoe vrouwen de loper hebben uitgerold voor zijn succes. Een paar keer achter elkaar lees ik dat deze vrouwen vertrouwd waren met het feminisme, en daarna geboeid raakten, behalve door de literatuur ook door spiritualiteit. Een paar jaar geleden was er in Ierland een expositie over de rol van deze vrouwen. Daarbij was er ook aandacht voor de moeder van James, die er in bijvoorbeeld wikipedia bekaaid vanaf komt. De aandacht gaat meestal naar de opvallende vader, die aan de drank was en steeds weer eigendom moest verkopen om het katholieke kinderrijke gezin te onderhouden. Lees Ulysses (1922) en je hoeft er niet veel van te begrijpen om te zien dat die roman draait om de vader-zoonrelatie. Stephen Dedalus kunnen we zien als de jonge James. Hij probeerde zich met zijn schrijverschap te ontworstelen aan de drankzucht die hij van zijn vader had overgenomen. In de roman is de symbolische vader advertentieverkoper Leopold Bloom, die Stephen graag onder zijn hoede neemt. Toch heb ik het gevoel dat de moeder vanuit de marge een niet te onderschatten factor is in de roman en ook in het leven van James zelf.

In het begin van de roman lezen we over de dood van de moeder van Stephen. James zelf was 21 jaar toen zijn moeder aan kanker stierf. James had toen al Ierland verlaten voor Parijs. Na een korte afgebroken studie geneeskunde (mijn moeder wilde eigenlijk ook dat ik arts werd) bleef hij daar aanvankelijk, en schreef brieven met zijn vrienden en familie. Toen haar conditie verslechterde keerde James terug naar Dublin. Voor zijn ambities als schrijver was uiteindelijk zijn moeder doorslaggevend, zegt Ellmann:

'He had never felt so close to his mother, or so much in need of her approbation, as during the months in Paris, when his letters continually prodded her for sympathy, not merely to obtain money, but to sustain his ambitions. His father had pointed him away from home towards irreverence and footless gaiety, but had none of the indomitable, and at its best, selfless patience which could vindicate a break for freedom. This quality Joyce had to derive, paradoxically, from his conventional, loving mother.' (p.134)

Zijn vriend Byrne heeft daarom ook een punt dat Joyce haar religieuze overtuigingen moet respecteren, ze moet al genoeg lijden. James was al lang daarvoor van zijn geloof gevallen. Dat was voor hem belangrijk, zijn strijd tegen het christendom bleef hem voortaan motiveren. Maar ook als zijn moeder op sterven ligt blijft James onverbiddelijk. Op de aanmaning van Byrne reageert hij ironisch dat hij het voorbeeld van Pascal en zijn patroonheilige Aloysius van Gonzaga moet volgen, en van Christus zelf, door zijn moeders smeekbeden te negeren (p.136). James doelt op het verhaal van de bruiloft van Kana, waar Maria haar zoon smeekt om de gasten uit de brand te helpen als de wijn op is. Jezus zegt tegen haar dat zijn uur nog niet gekomen is (daarna schiet hij de bruidsmeester alsnog te hulp en verandert hij water in wijn).

Deze afwijzende houding laat onverlet dat James de steun van zijn moeder nodig heeft voor zijn ambitie. Als zij sterft duurt het slechts een jaar voordat hij Nora Barnacle op straat aanspreekt, op 16 juni 1904, de dag die zo uitgebreid beschreven staat in Ulysses. Nora is tegelijk meer en minder dan zijn moeder. Meer, omdat hij haar met zijn liefde onder controle kan houden, zelfs of juist als ze kortstondig iets met andere mannen heeft. Dat zien we terug in Molly, de vrouw van Bloom in Ulysses, die voortdurend droomt van andere mannen maar haar man trouw blijft. Nora biedt James minder dan zijn moeder, en dat heeft denkelijk te maken met twee zaken: muziek en religie.

May Joyce, de moeder van James, was muzikaal opgevoed, ze had piano- en zanglessen gehad op een school die geleid werd door twee tantes. James had zijn muzikale talent van haar, en koos een periode kortstondig voor een muzikale loopbaan, met zelfs een paar optredens als zanger. Voor zijn literaire werk is de muziek steeds meer van belang, zelf zei hij dat we Finnegans Wake moeten opvatten als muziek. We kunnen zijn werk zonder veel overdrijving begrijpen als voortborduren op het talent van zijn moeder.

Daarnaast kunnen we zeker ook anders kijken naar de godsdienstige overtuigingen van James, ook als we meegaan met zijn afwijzing van het geloof en zijn levenslange strijd ertegen. Niet dat ik hem voor het christendom alsnog wil inpalmen. Maar misschien is zijn genoemde reactie op Byrne meer dan alleen ironie. Pascal, Aloysius, en als klap op de vuurpijl Christus... Het is hier de relatie tot de moeder die in het spel is, of meer nog, het verlangen dat zijn moeder van hem blijft houden, ook als hij haar vanwege zijn vader heeft verlaten.

Een aanwijzing voor de keerzijde van James' strijd tegen het christendom is zijn opvoeding bij de Jezuïeten. Dat brengt hem bij het Latijn (James leert wel Latijn, geen Grieks) en bij de ideeën van Thomas van Aquino. Daarover lezen we veel in Portrait of the Artist en in Ulysses. Maar al op jonge leeftijd kiest Joyce de filosofische lijn dat we aan literatuur morele kwaliteiten moeten toekennen, wat hij baseert op een uitspraak van Thomas: 'The good is that towards the possession of which an appetite tends' (geciteerd op p. 196-97). Wat het meest vasthoudend wordt verlangd is het ware en het mooie, en dan moeten deze goed zijn. Het goede moeten we dus niet opvatten als een systeem van morele regels of oordelen, maar als iets dat gelegen is in de esthetische kwaliteiten zelf. Dat kan er soms uitzien als amoreel of immoreel, maar in essentie is het moreel in een hogere zin, omdat we er de conventionele opvattingen van moraal mee kunnen ontmaskeren en verbeteren.

Behalve de gerichtheid op stijl en het artistieke is ook de waarheid voor Joyce altijd van belang geweest. De hele biografie van Ellmann laat zich lezen als een overdenking van de manier waarop Joyce elementen uit zijn wereld omvormt en een plaats geeft in zijn romans. Ulysses is deels een reconstructie van het leven in Dublin op 16 juni 1904, maar deels ook een artistieke metamorfose van de banale gegevens, zodat ze in zekere zin verheven worden, of dat hun verhevenheid door de lezer kan worden gezien. De kleinste details worden alleen al door de schaalvergroting zichtbaar.

Misschien moeten we deze metamorfose zelfs opvatten als heiliging. Niet in de zin dat ze uit hun context worden gehaald, door een interventie, zelfs niet die van de schrijver, maar als dingen en gebeurtenissen die vanzelf oprijzen uit het 'gevlekte leven van alledag', zoals bijvoorbeeld de rododendrons. Ellmann legt ook een verband met de komedie als een hoger genre dan de tragedie:

'In his book, Bloom's fondest memory is of an moment of affection plighted among the rhododendrons on Howth, and so is Mrs. Bloom's; it is with her recollection of it that the book ends. In this sense Ulysses is an epithalamium; love is its cause of motion. The spirit is liberated from its bonds through a eucharistic occasion, an occasion characterized by the joy that, even as a young man, Joyce had praised as the emotion in comedy which makes it a higher form than tragedy. Though such occasions are as rare as miracles, they are permanently sustaining; and unlike miracles, they require no divine intercession. They arise in quintessential purity from the mottled life of everyday.' (p.390)

Het doet bijna pijn aan je tanden, deze liturgische taal. Net als mijn moeder hield Joyce van liturgie, maar de ware liturgie lag voor hen beiden niet in de kerk, maar in de bloemen. En die bloemen hangen weer samen met het epithalamium, een gedicht of lied dat wordt gezongen bij de gang van de bruid naar de bruidskamer. Ik denk aan de trouwdag van mijn ouders in Noorbeek, op 10 mei 1957 (of '58?, later werd ik op diezelfde datum toevallig geboren), in een kerk die helemaal versierd was met orchideeën.

Het huwelijk is het sacrament van Joyce, het geheim van zijn relatie met de bitsige Nora (die zijn literatuur niet begreep) was zijn voornemen om het huwelijk centraal te stellen in zijn leven. Huwelijk overigens niet in institutionele zin, want ze trouwden pas veel later, in 1931, maar als monogame relatie. Het ziet eruit als een moraal of als nostalgie naar de kerk die hij had verlaten en die hij bestreed. Maar we komen verder wanneer we zijn werk begrijpen als zo'n epithalamium, het gooien met bloemen op weg naar de bruidskamer.

Misschien lijk ik in sommige opzichten op Joyce, in een minder getalenteerde en verdunde versie, met in mijn geval een brave, toegewijde vader die niet dronk. Toen ik theologie studeerde woonde ik samen met Anja en met een bevriend stel. Mijn moeder mocht die vriend niet, en vond het ook niet goed dat we samenwoonden zonder te trouwen. Mijn vader haalde ze over om mijn decaan in Utrecht te vragen om uitleg, en daarvoor kwamen ze speciaal naar Utrecht. Ik had weinig respect voor de gevoeligheid van mijn moeder. Maar ik herinner me dat ik altijd sterk verlangde naar haar liefde. Als ik thuiskwam raakte ik verzeild in felle discussies met mijn vader, terwijl ik nu juist zo graag met mijn moeder wilde praten.

Is taal, zoals de romans van Joyce of deze blogs, een middel om denkbeeldige controle over die liefde te krijgen, die we zo graag hadden van onze moeder, en nu zoeken in de sublimatie van de dingen in onze wereld? Onze buitenkerkelijke liturgie?

Lezend in de biografie is er ook een andere optie. Ik lees dat Joyce Odysseus zag als de algemene mens, de held van de literatuur, meer dan Dante of Faust. Odysseus wil controle, zeker, en moet met zijn virtuoze tong en zijn boog de strijd tegen de vrijers winnen om zich weer te voegen bij zijn Penelope. Odysseus heeft controle over de taal. Zoals Joyce zegt, begint het leven van Odysseus pas echt als de oorlog in Troje voorbij is en hij op weg gaat naar zijn vrouw. In die zin is het een epithalamium. Maar het is ook het verslag van een illusie. Als Odysseus de onderwereld bezoekt voor route-aanwijzingen, ontmoet hij zijn overleden moeder. Als hij haar wil omhelzen merkt hij dat ze een schim is.

Waarheid heeft behalve met betovering ook te maken met ontnuchtering. De rododendrons zijn ineens gewoon rododendrons. De geborduurde vlinders van mijn moeder hier aan de muur van onze wc worden langzaam donkerder. Demeter doolt rond op zoek naar haar dochter, laat zich opvrolijken door gorgo Baubo, maar Persefone blijft voorlopig, ook na de hereniging, in de greep van Hades. De komedie maakt de tragedie niet ongedaan. Zo makkelijk laat ook de godsdienst zich niet veredelen.

Het Noorbeek van Brigida » Stichting Pansophia
Brigida-blömke

 

  

1 opmerking:

  1. Hartelijk dank, Anton, ik heb weer nieuwe dingen geleerd van jou. Onder andere het Griekse woord epithalamium dat nieuw was voor mij. Door jou kom ik weer terug op mijn voornemen om Ulysses te gaan lezen. Het komt er steeds niet van. Maar nu weet ik het: dit boek moet ik echt gaan lezen en herlezen. Wat mij nu bijblijft na het lezen van jouw stuk zijn de sferen die jij met dit epithalamium van Joyce en je moeder oproept aan ontmoetingen die plaatsvonden op betoverde plekken in het verleden. Ik moet heel dwingend denken aan het ijs waarop mijn ouders elkaar ontmoet hebben. Er werd gezwierd (dat is ijsdansen) en opeens vonden mijn vijftienjarige vader en mijn dertienjarige moeder elkaar. De vanzelsprekendheid van het ijs en het schaatsen... Dit is iets van het verleden.
    Als er ijs lag, zei mijn vader altijd dat ik niet naar school hoefde en de hele dag mocht schaatsen, want "wat je nu ziet, zal er later misschien niet meer zijn." Dat bleek helaas visionair te zijn. De schoonheid van het ijs, de romantiek en de puurheid daarvan. Ik moet eraan denken als ik lees hoe jij aan de hand van je geliefde Joyce terugkijkt op je eigen verleden. Amicale groet van Martien.

    BeantwoordenVerwijderen

Het epithalamium van James Joyce

Mijn moeder was eenvoudig, en dat kon mijn vader wel waarderen. Ze kwam van een boerderij, maar had verschillende talenten en het leven spee...